|
|
Zoeken op maat
|
met belangrijke bijdragen van George Dalidakis; deze onderwerpen worden voortdurend bijgewerkt
Deel 1 | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4
|
VENETIAANSE KAART VAN CHORA SFAKION Venetiaanse tekening en kaart van |
* door George Dalidakis |
|
SFAKIAANSE KRIJGER, 1837 |
![]() Uit 'Travels and Researches in Crete', Vol. II, Captain Spratt, Londen 1865 |
INTRODUCTIEDe geschiedenis van Sfakia is exemplarisch voor de geschiedenis van Kreta als geheel. Het eiland Kreta ligt bijzonder gepositioneerd in de Middellandse Zee, op het kruispunt van verkeer tussen Europa, Azië en Afrika. Daarom stond het altijd al in de belangstelling van vele heersers en overheersers, die alle hun sporen hebben achtergelaten op Kreta, tot de dag van vandaag. De regio Sfakia, zuidwest-Kreta, speelt een significante rol in de vrijheidsoorlogen op Kreta. Vanwege zijn bijzondere natuur -in het zuiden ingesloten door de Libysche Zee, in het noorden begrensd door de bijna 2500 meter hoge Witte Bergen (White Mountains, "Lefka Ori")- waren zijn inwoners nauwelijks te verslaan. Hun onoverwinnelijke karakter bracht vele vrijheidsstrijders voort, die menige wending in de geschiedenis veroorzaakten. De Sfakianen leverden boogschutters voor het leger van Alexander de Grote, hebben de schepen gebouwd voor de Venetiaanse kooplui en ontdekkingsreizigers en overleefden de ineenstorting van het Byzantijnse rijk. Ze waren gastheer voor de Kruisvaarders naar Jeruzalem en hadden de Heilige Paulus te gast. Daskalogiannis uit Anopoli, net boven Chora Sfakion, bevrijdde hen van de Turken en verborg zich daar in een grot bij de zee, totdat de Turken hem vonden en levend vilden. In de Tweede Wereldoorlog werd Sfakia gebruikt door de Geallieerden om te ontsnappen aan de Duitse aanvallen gedurende de Slag om Kreta (Battle of Crete, 1941). De nauwe Imbroskloof was tot de jaren zestig van de vorige eeuw de enige toegangsweg tot Sfakia. Er waren slechts een handjevol schutters nodig om de 2 meter brede doorgang te bewaken. Al deze gebeurtenissen worden nog ieder jaar herdacht. ![]()
Hieronder vindt u een beknopte geschiedenis van Kreta, beginnend met de klassieke mythologie. Alle buitenlandse inmenging heeft nog steeds invloed op de huidige bewoners van Kreta. Het is deels Grieks, met een vleugje Italiaans, en iets Oosters. Speciaal in Sfakia kunt u deze multi-culturele achtergrond proeven, omdat het afgelegen ligt en zijn eigen dynamiek behoudt. Eén doodlopende weg naar het zuiden eindigt in Sfakia en verder zijn er alleen 2 veerboten. Sfakia is Europa's zuidelijkste grens, zo zuidelijk als halverwege Tunesië. ARIADNE & THESEUSDe Minotaurus leefde van mensenbloed en Koning Minos had bevolen aan de stad Athene, die hij verantwoordelijk hield voor de dood van zijn zoon, om jonge jongens en meisjes te offeren aan die bovennatuurlijke verschijning. Onder de jongelingen was Theseus, de zoon van Koning Aegeas, wiens opdracht het was om de Minotaurus te doden en zijn land van de bloederige verplichting te bevrijden. Ariadne, de dochter van Koning Minos, die verliefd was op Theseus, kwam hem te hulp. In ruil daarvoor moest hij met haar trouwen en haar terugnemen naar huis, naar Athene.
Aldus slaagde Theseus in zijn missie door de Minotaurus, die in een Labyrinth woonde, te doden en met behulp van de uitgerolde 'Mitos of Ariadne', een bol draad die hij al lopend in het doolhof had uitgerold, de uitgang weer te vinden. Volgens de overleveringen kreeg Theseus twee kinderen met Ariadne op het Eiland van Zeus (Kreta), na herenigd te zijn, maar verliet hij haar weer, omdat hij verliefd was geworden op Egli. Volgens een andere theorie was dat op verzoek van de godin Athena, weer een andere dat de god Dionysus verliefd werd op Ariadne. Het wordt gezegd dat Ariadne de verpersoonlijking is van de godin van de vegetatie, door te sterven en opnieuw geboren te worden elk jaar. De terugkeer van Theseus had een rampzalige wending, omdat de jonge held vergat het zwarte zeil van zijn boot te strijken, zoals hij zijn vader Aegea had beloofd als hij had gewonnen. Die dacht aldus dat de Minotaurus had gewonnen, bestookte de boot en doodde zijn eigen zoon. Nadien pleegde hij zelfmoord door in zee te springen (die nu de Egeïsche Zee heet). GEBOORTE VAN ZEUSVolgens de mythologie werd Zeus, de god der goden, geboren op Kreta. Kronus, zijn vader, om te voorkomen dat zijn ouders' vloek zou uitkomen en een van zijn eigen kinderen hem de heerschappij over de hemel zou ontnemen, vermoordde zijn eigen kindren een voor een, door ze op te eten.
Zijn vrouw Rhea, doodsbang voor en achterna gezeten door haar man, zocht een schuilplaats in een grot in de oude Ida berg (Mount Ida, Kreta) en met de hulp van Uranus en Gaia schonk ze het leven aan haar laatste kind. Kronus kreeg echter een stuk rots in doeken te eten aangeboden en werd voor de gek gehouden, mede door het luide zingen en dansen van de 'Kourites' demonen, dat het gehuil van de baby overstemde. Zeus werd opgevoed door de Nymfen en dronk melk van de geit Amalthia, die later uitgroeide tot een ster aan het firmament en wier huid gebruikt werd voor het schild van Zeus. Toen Zeus volwassen was geworden versloeg hij Kronus en werd de heerser van de hemel. De rots die aan zijn vader was gevoerd om hem te misleiden werd in Delphi neergelegd, om stervelingen en goden te herinneren aan zijn glorieuze macht. DAEDALUS & IKARUSIn het begin van de minoïsche beschaving werd Kreta bezocht door Daedalus, een van de grootste uitvinders en bouwers van die tijd. Er werd van hem gezegd dat hij de bouwer was van het labyrinth met zijn talloze kamers en gangen, waaraan het onmogelijk ontsnappen was. Ook wordt gezegd dat hij de bouwer is van de gigantische houten koe, waarin Pasiphae, koning Minos' vrouw, werd verenigd met de legendarische witte stier en aldus het leven gaf aan de Minotaurus. Om te ontkomen aan de toorn van koning Minos waagden Daedalus en zijn zoon Ikarus het weg te vluchten vliegend als vogels, met in was geplakte veren aan hun armen. Helaas vloog Ikarus, onder de indruk van zijn snelheid en de hoogte, te hoog en te dichtbij de zon, waardoor zijn vleugels smolten en hij in zee stortte, de latere Ikarische Zee in het zuidoosten van de Egeïsche Zee. Daedalus landde voorts op een eiland noordelijker in de Egeïsche Zee, waar hij zijn intussen aangespoelde zoon begroef en te zijner nagedachtenis Ikaria noemde. Volgens een andere overlevering gaf Pasiphae een boot aan Daedalus om hem te helpen te ontsnappen van Kreta. De boot was zo snel en de zeilen leken op vleugels, dus werd geloofd dat hij en zijn zoon hadden gevlogen. Ikarus viel in zee en werd begraven of Ikaria.
MINOS' KONINGSSCHAPEen van de zonen van Zeus en Europa was koning Minos. Minos verving Asterios, de voormalige koning van Kreta en echtgenoot van Europa, en werd een van de machtigste heersers van het eiland ooit. 'Minos' was waarschijnlijk een adellijke titel die de macht en zeggenschap van een grote heerser symboliseerde. Het Koninkrijk van Minos verenigde al de Kretenzische stadsstaten, waarvan Knossos en Phaestos de grootste waren en Kreta werd aldus een grote zeemacht met een enorme culturele en economische ontwikkeling.
Het koninkrijk was verdeeld in drieën, het eerste deel omvatte Knossos, het tweede Phaestos en het derde Kydon (noordwest-Kreta, het huidige Chania). De minoïsche beschaving verspreidde zich over de oostelijke Middellandse Zee, beïnvloedde de cultuur, stichtte nieuwe steden en schreed voort in kunst en literatuur. Het leven was gebaseerd op strikte en eerlijke regels die Zeus zijn zoon had ingefluisterd, zo werd gezegd. Minos' wetgeving was zo eerlijk dat hij later werd aangesteld als opperrechter in Ades, om te zonden van de overledenen te beoordelen. Minos' bestuurlijke assistent was zijn broer Radamanthys, die even rechtschapen en oprecht was in bestuur en oordeel. PASIPHAE & MINOTAURUSMinos droeg Pasiphae op handen, de dochter van Zon en de nimf Kreta en samen kregen zij 8 kinderen, Androgeos, Katreas, Glafkos, Dafkalion, Ariadne, Xenodiki, Akalli en Phaedra. Volgens de mythologie, toen Minos een teken vroeg aan Neptunus dat aan zou geven dat hij koning van Kreta zou worden, rees er plots een schitterende stier uit zee, die Minos weigerde te offeren, waarop Neptunus in toorn ontstak en Minos strafte, door zijn vrouw Pasiphae verliefd te laten worden op de witte stier. Pasiphae, door middel van een houten koe gemaakt door Daedalus, had gemeenschap met de stier en gaf het leven aan de Minotaurus, die het lijf had van een mens en een hoofd van een stier. Volgens de mythologie leefde dit schepsel in het Labyrinth, in de kelder van het paleis en werd het gevoed met bloed van jongelingen. TALOSToen Zeus herenigd was met Europa toonde hij haar zijn liefde met drie geschenken, waarvan een de bronzen gigant Talos was, gemaakt door Hephaestus. Volgens de mythologie was Talos de zoon van Cris en vader van Phaestos of, volgens een andere versie, de broer van Minos. Zijn taak was over het eiland Kreta te reizen met zijn in brons gevatte tabletten met de wetten en ervoor te zorgen dat ze werden nageleefd. Hij beschermde Kreta ook van de vijand, door rotsblokken naar vijandige schepen te gooien of ze met zijn hete bronzen lichaam te verbranden. Ondanks zijn macht kon hij Medea's belofte voor onsterfelijkheid niet weerstaan, werd er ingeluisd en liet het schip De Argo ongestraft Kreta passeren. Terwijl hij nietsvermoedend voor Medea stond pakte ze hem op zijn zwakke ijdelheid en doodde hem, door de goddelijke vloeistof die hij in zich had in plaats van bloed uit hem te laten lopen. Een andere versie laat Talos doden door de pijl van Pias, Philoctete's vader. ZEUS & EUROPAVolgens de mythologie werd Zeus verliefd op prinses Europa van Phoenicië. Hij veranderde zich in een witte stier met een krachtig lijf, gouden hoorns en onschuldige ogen en misleidde de prinses en haar vrienden tijdens het bloemen plukken. Hij bracht Europa naar Kreta en gaf haar als teken van liefde de gigantische Talos, om het eiland te beschermen, en een bundel pijlen die altijd doel troffen en een gouden hond als haar beschermengel. Ze hadden gemeenschap in de buurt van Gortys, onder een plataan, die eeuwig groen zou blijven, of in Diktaion Andron waar de nimfen een huwelijksbed hadden voorbereid. Zeus en Europa kregen 3 zonen: Radamanthys, Sarpedon and koning Minos. NEOLITHISCHE PERIODE (6000 - 2600 v.Chr.)Archeologische opgravingen op Kreta geven aan dat het eiland is bewoond sinds 6000 v.Chr. Neolithische ruïnes zijn gevonden in Phaestos, Knossos en Sitia, waar de eerste nederzettingen waren gesticht door boeren en veehouders. De mensen leefden in plaggenhutten en grotten zoals die in Ilithia, Stravouitis, Ellinospileo, Trapeza Lasithiou, etc. De opgravingen brachten potten, wapens, gereedschappen, messen van beenderen of steen en offers aan de godin van de vruchtbaarheid aan het licht. Grotten waren ook de eerste huisvesting in de Paleolithische en Neolithische periodes. Sporen van bewoning zijn gevonden in Kokkines Petres, Petralona, Halkidiki, Alepotrypa, Diros, Fitidi, Kefallonia, Asfendou en Sfakia in Kreta en elders. DE PREPALATIALE PERIODE (2600 - 1900 v.Chr.)Het wijdverbreide gebruik van koper had een bevolkingsgroei tot gevolg, alsmede een groei van de commercie in Klein-Azië, de Cycladen en Egypte. De gunstge geografische positie van Kreta, de vruchtbare grond en de lange periode's van vrede bevorderden de ontwikkeling van een glorierijke samenleving die voortduurde in de volgende eeuwen. De pre-palatiale periode is onderverdeeld in 3 subperiode's, de Egyptische kalender volgend per verandering van regime. In de eerste periode zijn voorwerpen van steen en klei nog niet geheel verdrongen door koperen en de contacten met de omliggende gebieden is beperkt. De tweede periode kenmerkt zich door een toename van de visserij, agrarische productie en scheepvaart, alsmede door de handel in tin, noodzakelijk voor de productie van brons (= uit koper en tin, dikwijls met bijvoeging van wat zink bereide, donker- of goudbruine metaallegering, veel harder, smeltbaarder en tot gieten beter geschikt dan onvermengd koper en vooral gebruikt voor het gieten van veldgeschut en klokken, standbeelden, penningen en allerlei kunstvoorwerpen). Verschillende steden floreerden in die tijd door hun strategische ligging. In Messara en Archanes leverden opgravingen in gewelfde tombes bruikbare informatie op over de locale religieuze activiteiten en de samenleving als geheel. De derde periode wordt gekend door een verbetering van de bouwmethodes, waarbij gebruik werd gemaakt van edelstenen en beenderen van olifanten uit Egypte, en goud. Een aantal zegels uit die tijd zijn schitterende werkjes van kunst. PALOPALATIALE PERIODE (1900 - 1700 v.Chr.)In 1900 v.Chr. werden de eerste paleizen gebouwd in Kreta, waaronder de schitterende paleizen in Knossos, Malia en Kato Zakros.
Hun afmeting en hun decoraties zijn zelfs vandaag de dag nog indrukwekkend, wat bewijst dat de Minoïsche beschaving een van de meest glorieuze was in het oude Griekenland. Opgravingen in de buurt van Monastiraki bij Rethimnon, Chania en Archanes zijn ook gedateerd als uit deze periode. De nederzettingen rond de paleizen hadden waterleiding, riolering en een stratenplan en zeer betekenisvolle gebruiksvoorwerpen. De best bekende vondst is de Disc van Phaistos (1700-1600 v.Chr.), een uniek voorwerp met hiëroglyfen, tentoongesteld in het Archeologisch Museum in Heraklion.
De economie in deze tijd was gebaseerd op de landbouw en handel, zoals ook opgravingen van Kretenzische afkomst in Egypte en Cyprus. Deze periode komt ten einde door een zeer zware aardbeving in 1700 v.Chr., waarbij de schok zelf, de schokgolf in zee (tsunami) en hevige branden van de exploderende vulkaan op Santorini, net ten noorden van Kreta, de paleizen en beschaving verwoesten.
NEOPALATIALE PERIODE (1700 - 1450 v.Chr.)Ondanks de ernstige ravage die de aardbeving in 1700 v.Chr. veroorzaakte werden de paleizen hersteld en de Neo-Palatiale Periode, de bloeiperiode van de Minoïsche beschaving, werd ook in ere hersteld. Het paleis was het centrum van het economische, sociale en religieuze leven. De pracht van het paleis, de weelde en de afmetingen (22 vierkante kilometer) maken nog steeds grote indruk op bezoekers vandaag de dag. Rond het paleis lagen allerlei andere gebouwen, zoals werkplaatsen, pakhuizen en villa's van kooplieden, priesters en officials. Een veelvoud aan archeologische vondsten schetsen het alledaagse leven. De meeste bewoners hielden zich bezig met scheepvaart, handel in wijn en parfumolie, landbouw, pottenbakken en weven, hoewel niet op grote schaal. De handelscentra waren de Haven van Amnissos, Agioi Theodori, Malia, Phaistos en Agia Triada, twerwijl goederen werden vervoerd van de ene naar de andere stad via een perfect georganiseerd wegennet. De klasse van handelaren, fabrikanten en priesters dwong respect af, en deed slechts onder voor de koning, die aanbeden werd als een hogepriester, naast de godin van de vruchtbaarheid.
POSTPALATIALE PERIODE (1450 - 1100 v.Chr.)De Achaïers maakten misbruik van de neergang van de Minoïsche beschaving, bezetten Knossos en vestigden een sterke Achaïsche dynastie. Volgens tabletten geschreven in Linear B schrift namen de Achaïers snel bezit van het hele eiland. Howel de economie nog steeds was gebaseerd op handel met het dichtbij gelegen Egypte en Klein-Azië is de verandering goed te zien in de kunst en het dagelijks leven. Al het keramiek, de bronzen objecten, juwelen etc. laten zien dat de twee verschillende bevolkingsgroepen naast elkaar hebben geleefd voor een lange tijd. In 1300 v.Chr. verwoestte een volgende sterke aardbeving wat was overgebleven van de Minoìsche beschaving, inclusief het paleis van Knossos. Een andere theorie beweert dat het paleis werd verwoest in een gevecht tussen Achaìers van het vasteland en Achaìers van Kreta. Na de verwoesting werden de nieuwe overwinnaars zeer machtig, namen de rijkdom en weelde over van hun voorgangers, maar faalden hun grote culturele traditie voort te zetten. Volgens historici bezat Kreta in 1200 v.Chr. een sterke zeevloot die de regio van de oostelijke Middellandse Zee leegroofde. In de vroege 11de eeuw v.Chr. daalden Europese stammen vanuit het noorden af naar Kreta. PROTOGEOMETRISCHE PERIODE (1100 - 900 v.Chr.)In de 11de eeuw v.Chr. was Griekenland overspoeld door Achaïers en Doriërs die het vasteland bezet hadden en toen Kreta in bezit namen. De eilandbewoners, bekend als Eteo-Kretenzers, bouwden nieuwe nederzettingen in de afgelegen gebieden van midden- en oost-Kreta, zoals Karfi Lasithiou en Praissos, waar ze peobeerden hun taal, gewoontes en traditie in ere te houden. De nieuwe veroveraars brachten naar Kreta gereedschappen, wapens en andere voorwerpen gemaakt van ijzer en ook de nieuwe gewoonte van het verbranden van hun doden. GEOMETRISCHE & ARCHAÏSCHE PERIODE (900 - 500 v.Chr.)Vanaf 700 v.Chr., de Dorische regel volgende, was het politieke systeem de monarchie. Op Kreta waren meer dan honderd stadstaten, zoals Gortys, Phaistos, Knossos, Tylissos, Littos, Rizenia, Hersonissos, Lapa, Lissos, Tara, Milatos, Terapytne, Kydonia, Itanos, Sitia, Praissos en Elounda. Er waren 3 sociale klassen: 'Periiki' die beperkte politieke rechten genoten, maar land bezaten en in de handel zaten; 'Minoites' die als slaven in de bouw van openbare werken de kost verdienden en 'Klarotes' die lijfeigene waren van de Doriërs en al het zware werk op het land deden. Kunst en wetenschap werden beïnvloed door zowel de Doriërs als 'het oosten', zoals te vinden in potten, juwelen, metalen voorwerpen etc. Daedalus, de beeldhouwer, ontwikkelde een nieuwe techniek in de beeldhouwkunst, genaamd Daedalische stijl.
Vele werken van deze stroming worden tentoongesteld in museums op Kreta. Tijdens de 7de eeuw v.Chr. was Kreta het culturele centrum van de kunst in Griekenland. Jammer genoeg werd de volgend eeeuw gekenmerkt door voortdurende gevechten tussen de Kretenzische stads en invallen van vijanden uit het vasteland van Griekenland en Klein-Azië. Het leven was gebaseerd op de stricte modellen uit Sparta, zoals blijkt uit de 'Wetten van Gortys' (5de eeuw v.Chr.), gevonden tijdens opgravingswerkzaamheden in Gortys.
KLASSIEKE & HELLENISTISCHE PERIODE (500 - 67 v.Chr.)Gedurende de klassieke periode, toen de stadstaten van het vasteland verwikkeld waren in een voortdurende onderlinge strijd, bloeide Kreta op. Het nam geen deel aan de Persische en Peloponnesische oorlogen die het vasteland plaagden. Toen de Macedoniërs de Hellenistische periode inluidden riepen de Kretenzers, om de nieuwe heersers tevreden te stellen, koning Filip V (217-216 v.Chr.) van Macedonië uit tot beschermheer van het eiland. Maar zelfs de aanwezigheid van een sterke man van buiten was onvoldoende om de onderlinge strijd tussen de steden op Kreta te sussen. Hiervan werd misbruik gemaakt door piraten uit Celichia, die heersten in het oostelijk deel van de Middellandse Zee. Ze gebruikten Kreta als uitvalsbasis voor hun aanval op de Romeinse stad Ostia in de 2de eeuw v.Chr. De Romeinen op hun beurt gebruikten dit voorval als excuus voor inmenging in het politieke leven op Kreta. Na de mislukte expeditie van Marcus Antonius in 71 v.Chr. deed bevelhebber Cointus Caecilius Metellus een aanval op Kreta in 69 v.Chr., en slaagde er na 2 zware jaren van belegering eindelijk in het eiland te veroveren in 67 v.Chr. | |
Laatste update: 31 December, 2009 .
Copyright © World2C ™ Multimedia 1999 - 2010. Alle rechten voorbehouden.