
Zoeken op maat
|
met belangrijke bijdragen van George Dalidakis; deze onderwerpen worden voortdurend bijgewerkt
Deel 1 | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4
VENETIAANSE KAART VAN CHORA SFAKION Venetiaanse tekening en kaart van |
* door George Dalidakis |
|||
SFAKIAANSE KRIJGER, 1837 |
![]() Uit 'Travels and Researches in Crete', Vol. II, Captain Spratt, Londen 1865 |
|||
ROMEINSE PERIODE (67 v.Chr. -330 n.Chr.)In 67 v.Chr. werd Kreta veroved door de Romeinen, na 2 jaar van beleg. Hierop volgde een periode van vrede waarin de steden, Gortys was de hoofdstad, tot bloei kwamen. Luxueuze Romeinse gebouwen verrezen, tempels, stadions en badhuizen. In die tijd waren er 300.000 inwoners. De grootste steden waren Knossos, Kydonia, Aptera, Ierapetra, Phaestos, Littos en Eleftherna. De aanwezigheid van Romeinen had geen invloed op het dagelijkse leven en de gewoontes van de Kretenzers, die hun eigen taal bleven spreken en hun rituelen behielden. In deze tijd hoorde Kreta voor het eerst van het Christendom en de eerste kerk werd gesticht door Agios Titus, de Heilige Titus, de beschermheilige van het eiland en student van de Apostel Paulus. In 330 n.Chr., toen het Romeinse rijk uiteenviel in een westelijk en oostelijk deel werd Kreta onderdeel van het oostelijke rijk: Byzantium.
PROTOBYZANTIJNSE PERIODE (330-824)De geschiedenis van het Byzantijnse rijk begint officieel met het stichten van Constantinopel door de Romeinse keizer Constantinus in het jaar 330 n.Chr. Kreta werd bestuurd door de Romeinen als onderdeel van de keizerlijke provincie Illyricum, zoals het zuidelijke deel van het Balkan-schiereiland bekend stond. Bij de scheuring van het Romeinse rijk in het jaar 395 n.Chr. tijdens de laatste dagen van het bewind van keizer Theodosius De Grote, werd Kreta dus onderdeel van dat Byzantijnse rijk. In die periode verspreidde het Christendom zich snel over zowel het westelijke als oostelijke deel van het Romeinse rijk. Ondanks dat Kreta werd bestuurd vanuit Constantinopel bleef het als aartsbisdom vallen onder Romijns toezicht, met uitzondering van een korte periode na 476, toen Rome was veroverd door de Visigothen, en tot 754, toen Kreta uiteindelijk in zijn geheel kwam te vallen onder het bestuur van Constantinopel. In deze periode werden er veel kerken gebouwd op Kreta en er zijn dan ook tot op de dag van vandaag zo'n 40 vroeg-Christelijke kerken blootgelegd door archeologen. De grootste kerken van het eiland waren de basiliek van de Heilige Titus in de buurt van Gortyn, de basiliek van Panormos bij Mylopotamos en de basiliek van Almyrida in Apokoronas. In Chora Sfakion staat nog de vervallen Byzantijnse kerk van De Twaalf Apostelen.
De eerste drie eeuwen van deze periode waren nogal ongebruikelijk voor Kreta, omdat er vrede heerste. Wel werd het eiland getroffen door een aantal zware aardbevingen, waarvan die in 415 de stad Gortyn verwoestte. Ook werd Kreta regelmatig getroffen door de Pest. Maar vanaf het midden van de zevende eeuw begon de Arabische piratenvloot de kustlijn en de eilanden van het Byzantijnse rijk aan te vallen, waarbij Kreta regelmatig doelwit was. De Byzantijnse vloot was niet in staat de kusten van het rijk te verdedigen, waardoor de aanvallen heviger werden tijdens de achtste eeuw. Uiteindelijk werd Kreta ingenomen door de Arabieren in 824 n.Chr. ARABISCHE OVERHEERSING (824-961)De Arabieren die Kreta overnamen in 824 n.Chr. waren Saraceense Arabieren uit Cordoba in Spanje, onder aanvoering van Abu Haffs. Ze waren uit Spanje verdreven door de Moslimheersers van Andalusië, rond 813, en nadat ze een nieuw thuis hadden gezocht in Egypte, waarbij ze Alexandrië hadden veroverd in 818, waren ze daar weer vandaan verdreven en gedwongen opnieuw een nieuw thuis te vinden, en zo vonden ze Kreta. Aanvankelijk waren ze maar met een paar duizend, maar door afwezigheid van Byzantijnse militairen in Kreta konden ze na verloop van een flinke tijd toch het hele eiland onder controle krijgen. Ze richtten een nieuw fort op omrind door een diepe slotgracht (Chandax) en dat werd de nieuwe hoofdstad van Kreta, op de plaats van het huidige Heraklion, waarna ze vanuit hier het hele eiland gingen veroveren.
Howel er geen duidelijk bewijs is van volksopstand tegen de Arabieren in deze tijd is er wel duidelijk bewijs dat bepaalde delen van het eiland nooit onderworpen zijn door hen. Een van die gebieden was Sfakia in het zuidwesten van Kreta. Het bergachtige gebied van Sfakia bood veiligheid aan ieder die wist te vluchten van de bezette kustvlakten en alleen uit de dorpen aan de kust in Sfakia kwamen tegenaanvallen op de Arabieren. In deze periode ontstond een bijzondere vorm van zelfbestuur in Sfakia, de Gerousia, waarvan de leden, de Gerontes of Dimogerontes ("ouderlingen" of "dorpsoudsten"), door de gemeenschap zelf bij algemene stemmen werden gekozen. Deze vorm van zelfbestuur bleef voortbestaan in Sfakia voor eeuwen, maar heeft tegenwoordig veel minder invloed. Tijdens de Arabische overheersing van Kreta probeerde het Byzantijnse rijk het terug te veroveren in 825-826 n.Chr. onder generaal Photeinos en in 826 bracht generaal Krateros vele slachtoffers onder de Arabieren, maar hij werd uiteindelijk verslagen, gevangen genomen en geëxecuteerd. Een derde campagne kort hierna mislukte ook. Verschillende pogingen volgden, totdat Nikiforos Phokas, een generaal met bewezen successen in het vechten tegen de Arabieren, werd aangesteld om het eiland te heroveren. Hij stelde een groot leger samen van mogelijkerwijs meer dan honderdduizend soldaten, die naar Kreta werden vervoerd met een grote vloot, en na een uitgestrekte periode van gevechten viel Chandax op 7 maart 961.
Grote aantallen strijders uit Sfakia voegden zich bij generaal Phokas, die hen tijdens de gevechten om Chandax aanstelde om de achterste flank te beschermen tegen aanvallen uit het zuiden, terwijl hij zich bezig hield met de aanval op Chandax. De Sfakianen deden niet alleen hun toegewezen taak, maar velen voegden zich ook bij het aanvalsleger, als dank waarvoor ze later werden beloond door de generaal met wapens, munitie en sjieke kleding voor de Gerontes. Hij gaf hen ook toestemming om door te gaan met hun eigen vorm van zelfbestuur en onthief de Sfakianen van alle vormen van belasting. Toen Phokas later keizer werd herbevestigde hij deze privileges van de Sfakianen.
NEOBYZANTIINSE PERIODE (961- 1204)De tweede Byzantijnse Periode begint met Kreta's bevrijding van de Arabieren door Phokas op 7 maart 961, na 147 jaar Arabische bezetting. Kreta was verwoest door de Arabieren en veel van zijn inwoners waren verkocht als slaaf op de slavenmarkten in het oosten. De economie was geruïneerd en er bestond geen gestructureerde bestuurlijke macht meer. De Byzantijnen begonnen onmiddellijk met de wederopbouw van de fortificaties op het eiland ter preventie van toekomstige aanvallen, en introduceerden een nieuwe vorm van bestuur, waarbij het eiland werd verdeeld in een aantal provincies met ieder hun eigen gouverneur. Er volgde een periode van culturele en economische vernieuwing en het Christendom leefde weer op op Kreta. Zendelingen verspreidden het Woord weer na 147 jaar islam. Twee van hen waren Sint Nikon metanoites ('Berouwvolle', de boete-prediker) en Sint Johannes O Xenos, de kluizenaar. De plaatselijke bevolking groeide en om meer opbouwhulp te bieden verordoneerde keizer Alexios Komnenos de Eerste de vestiging van Byzantijnse families op Kreta, rond 1080.
De nieuwe bestuurlijke ordening en de vestiging van Byzantijnen bleek niet succesvol. Honderd jaar later onder keizer Alexios Komnenos de Tweede, kleizoon van de eerste, werd een keizerlijk bevel uitgevaardigd waarin 12 provincies werden toegewezen aan 12 Byzantijnse prinsen, die elk een wingewest kregen, waardoor Kreta in 12 delen werd gesplitst. Elke prins, bekend als "Archondopoulo", kwam op het eiland met zijn gehele familie met aanhang en vestigde zich in het hem aangewezen gebied. Vanaf dit moment ontstonden een aantal grote aristocratische families op Kreta, van wie er sommige nog bestaan tot op de dag van vandaag. Sfakia was toegewezen aan Marinos Skordilis, neef van de keizer, die arriveerde met 9 van zijn broers, hun zonen en hun families. De grenzen van zijn gewest waren ten oosten van Askifou tot Koustogerako en langs de zuidkust tot Agia Roumeli, Omprosgialos (het huidige Chora Sfakion) tot aan het huidige Frangokastello. De grootste stad in het centrum van dit gebied was Anopoli en er bestaat nog steeds een aantal ruïnes die toegeschreven worden aan de Archondopoulo en zijn familie. Een groot aantal van de huidige inwoners van Sfakia beweert tot op de dag van vandaag af te stammen van de oorspronkelijke familie Skordilis. Ioannis Phokas, een directe afstammeling van de generaal die Kreta bevrijdde van de Arabieren en later keizer Nikiforos Phokas werd, werd beschouwd als de meest vooraanstaande van de twaalf Archontopoula. Zijn gebied was een van de grootste en besloeg het grootste deel van de huidige prefectuur Rethymnon, tot aan de zuidkust en ten westen tot de hoogvlakte van Askyfou, grenzend aan Skordilis' gebied. Zijn familienaam veranderde onder de Venetiërs tot Kallergis en families die heden ten dage claimen dat ze van de Phokas/ Kallergis dinastie afstammen vormen een grote groep op Kreta. Enkele van hen komen uit Sfakia. Terwijl de nieuwe orde onder de Archondopoula inburgerde in Kreta kwamen twee gebeurtenissen tot ontwikkeling in Noord-Kreta die uiteindelijk een aantal jaren later zouden leiden tot het voorgoed verdwijnen van Kreta uit het Byzantijnse rijk. In Rome riep Paus Innocentius de Derde, die de pauselijke troon bestegen had in 1198, onmiddellijk op tot een nieuwe kruistocht. Ondertussen was in Byzantium het verval van het rijk begonnen in 1180, nadat de erg jonge keizer Alexios Komnenos de Tweede de troon had bestegen en die al snel werd afgezet, waarop 3 nieuwe keizers volgden in de komende 20 jaar. De Vierde Kruistocht was klaar om uit te zeilen van Venetië in november 1202. Het project was slecht gefinancierd en men stond zwaar in het krijt bij de Venetiërs, die de vloot leverden om alle krijgers naar het Heilige Land te verschepen. Op hetzelfde moment onderhandelde Alexius, de zoon van de recent afgezette en blind gemaakte Byzantijnse keizer, met de leider van de Kruistocht Markies Bonifacius van Montferrat, om hem te escorteren naar Constantinopel en hem daar als keizer te laten kronen, waarvoor hij dan een deel van de kruistocht zou financieren en bovendien 10.000 extra soldaten ter beschikking zou stellen, opdat ze Egypte zouden kunnen veroveren. Uiteindelijk, toen de kruisvaarders hem hadden geholpen keizer te worden en ze toch niet werden betaald, vielen ze Constantinopel aan en namen het over in april 1204. Om de kosten van de oorlog te verdelen werd Kreta kado gegeven aan Bonifacius van Montferrat. Die op zijn beurt, omdat hij niet de middelen had het eiland onder controle te nemen, accepteerde een bod van de Doge van Venetië, Enrico Dandolo, en verkocht Kreta aan Venetië op 12 augustus 1204 voor wat zelfs in die tijd gezien werd als een zeer klein bedrag van 1000 zilveren marken.
VENETIAANSE OVERHEERSING (1204 - 1669)De Venetiaanse overheersing van Kreta begon dus met de bezetting van Constantinopel door de Franken van de vierde kruistocht in 1204 en het verkopen van Kreta door Markies Bonifacius van Montferrat aan de Doge van Venetiër Enrico Dandolo op 12 augustus 1204. Tegelijk met Kreta en geheel volgens het verdrag dat de Venetiërs met de kruisvaarders hadden gesloten kregen zij de controle over de westkust van het Griekse vasteland en de Ionische eilanden, de hele Peloponessus, Evia, Naxos, Andros, de belangrijkste havensteden aan de Hellespont (straat der Dardanellen), de kustlijn van Thracië en de stad Adrianopolis, evenals Constantinopel. Aldus kwamen de Venetiërs uit de bus als degenen met de meeste voordelen uit de val val van Byzantium in de Vierde Kruistocht, daarbij het handelskruispunt in het oostelijk deel van de Middellandse Zee veiligstellend. Venetië was niet voorbereid op zulk een grote uitbreiding en raakte verstrikt in problemen die ze tegenkwamen in de Peloponessus en het Egeïsch gebied en waren niet toegerust om controle te nemen over Kreta. Zijn Genovese oude vijand, Enrico Pescatore, Graaf van Malta, maakte misbruik van die situatie om naar Kreta over te stappen, waar hij niet alleen geen tegenstand ondervond van Venetiaanse troepen of de plaatselijke bevolking, maar hij werd zelfs geholpen door Kretenzers die verbitterd waren over de val van Constantinopel en de verkoop van het eiland aan Venetië. Al snel kon hij grote delen van Kreta onder zijn macht brengen en begon hij met de fortificatie van Chandax, Rethymnon en Sitia en andere delen van het eiland. De Venetiërs stuurden al snel extra manschappen en begonnen met hun poging de Genovesen van het eiland te verdrijven. Vele gevechten waren de volgende jaren nodig, maar het lukte de Venetiërs uiteindelijk om het eiland weer in hun greep te krijgen in 1212, howel een aantal kleinere delen onder controle van Genua bleven tot 1217 Gedurende de volgende 420 jaar, en tot het Ottomaanse rijk met zijn veldtocht begon om Kreta over te nemen van de Venetiërs, kwamen de Kretenzers maar lieft 27 keer in opstand tegen de Venetiërs, zonder kleine lokale opstandjes mee te tellen. Sommige van die revoltes duurden jaren en werden aanvankelijk wreed onderdrukt. Vele revoltes hadden hun oorsprong in the Lefka Ori, de White Mountains, vanuit het bolwerk Sfakia. Vele daarvan werden geleid door leden van de Archondopoula families, en in het bijzonder door de in Sfakia gevestigde families Skordilis en Kallergis.
Maar voordat we verder ingaan op de meest opvallende revoluties en hun wrede onderdrukking zal een korte blik op de militaire, religieuze en bestuurlijke mechanismes en belastingen op Kreta ons helpen beter te begrijpen waarom deze tijd de meest bloederige en kwellende periode uit de geschiedenis van Kreta blijft. Om een stevige greep op het eiland te krijgen begon Venetië talrijke edele families uit Venetië zelf op Kreta te vestigen. Dit begon in 1212 en deze immigratie duurde voort voor enkele tientallen jaren, resulterend in zo'n 10.000 Venetiaanse nieuwe inwoners op Kreta tegen het eind van de 13de eeuw, wat ongeveer éénzesde was van de hele Venetiaanse bevolking. Chandax werd omgedoopt in Candia (het tegenwoordige Heraklion) en werd de zetel van de Hertog van Candia, voor 2 jaar aangesteld door Venetië, en het eiland kwam te heten Regno di Candia, het 'koninkrijk Kreta'. In dezelfde tijd werd in 1252 de stad Chania gebouwd op de fundamenten van de oude stad Kydonia. Kreta was verdeeld in 6 provincies (“sexteria”), en later in 4 districten, maar Sfakia bleef buiten de directe controle van Venetië, die slechts een klein garnizoen vestigden in het kasteel van Omprosgialos (nu Chora Sfakion) en nauwelijks buiten de muren van het fort kwamen.
Militaire handhaving Een van de eerste activiteiten die de Venetiërs ontplooiden was het bouwen van fortificaties overal op het eiland en het vormen van een parate mobiele krijsmacht die zich snel konverplaatsen om de nieuwste opstanden te bestrijden. Venetiaanse edellieden waren verplicht paarden en wapenuitrusting te verschaffen en zichzelf met een aantal manschappen ter beschikking te stellen om een opstand te onderdrukken, als dat verordoneerd werd door de Kapitein van Candia, de Capitano di Candia, of de Provediteur Generaal, die het bevel over het leger voerde. De fortificaties die gebouwd werden in de Venetiaanse periode kunnen nu nog steeds overal rond Kreta gezien worden, zoals in Heraklion, Rethymnon, Chania, Souda, Kasteli, Gramvousa, Spinalonga, Sitia, Ierapetra, Sfakia en vele andere plaatsen. Ze zijn gebouwd onder dwang door zowel mannen als vrouwen die geronseld waren via lijsten met dwangarbeiders, die bijgehouden werden in ieder dorp. Een fortificatie die bijzonder interessant is vanuit de invalshoek van de geschiedenis van Sfakia is het castellum in Frangokastello, Sfakia. De Venetiërs ondervonden voortdurende aanvallen op de zuidkust van Kreta door piraten, van wie enkele uit Sfakia, en om hun edelen te beschermen en hun bezittingen bouwden ze een kasteel op de vruchtbare kustvlakte van Frangokastello, waar ze van plan waren een sterk contingent soldaten te vestigen. Het kasteel zou hen ook beschermen tegen de Sfakianen die in de bergen woonden ten noorden en westen van de kustvlakte en die ook de Venetiaanse edelen lastig vielen. Een Venetiaanse vloot met soldaten en bouwvakkers arriveerde daar in 1371 en ze startten de bouw van het kasteel, maar Sfakianen die tegen de aanwezigheid van het kasteel waren, dat in hun territorium kwam, vernielden onder leiding van de 6 broers Patsos, uit het naburige Patsianos, wat de Venetiërs overdag hadden geconstrueerd. Tenslotte waren de Venetiërs gedwongen een aanvullende troepenmacht over te laten komen, die de hele vlakte omsingelde gedurende de hele verdere bouw van het kasteel. De gebroeders Patsos werden later verraden, gearresteerd en opgehangen op de plek van het kasteel. De bouw was klaar in 1374, maar de Sfakianen zijn nooit bedreigd in hun bolwerk door de in het kasteel gelegerde Venetiërs, die de voorkeur hadden binnen te blijven en op de uitkijk stonden voor piraten, in plaats van de Sfakianen te onderwerpen.
De marine bleef onder leiding van de Admiraal van de Vloot van Venetië, de Kapitein-Generaal der Zeekrachten, "Capitano General da mar", maar een groot aantal Venetiaanse schepen werd gestationeerd en onderhouden in Kreta, waar aanzienlijke voorzieningen werden gebouwd, waarvan enkele nu nog bestaan, zowel in Chania als in Heraklion, en bekend staan als de Arsenali. Duizenden Kretenzers werden jaarlijks als dienstplichtige opgeroepen om de honderden Venetiaanse gallijen te bemannen als roeiers. Ieder schip had zo'n 200 tot 240 roeiers nodig. Velen stierven onder erbarmelijke omstandigheden aan boord, verdronken als de schepen zonken, werden gedood tijdens de vele gevechten die de Venetiërs voerden en nog velen meer werden gevangen genomen door piraten en verkocht op de slaven markten in het Oosten, en zagen Kreta nooit meer terug. Dit had grote impact op de bevolking van Kreta, want de vele slachtoffers tijdens de hulp aan de Venetiaanse maritieme suprematie is terug te zien in de veel lagere bevolkingsaantallen op het eind van de Venetiaanse overheersing. De kerk tijdens de Venetiaanse overheersing De verbondenheid tussen de staat en de kerk in Kreta onder de Byzantijnen was een zaak van grote zorg voor de Venetiërs, die, hoewel Katholiek, een zekere distantie hielden in hun relaties met Rome. Voor hen stond Venetië en haar belangen op de eerste plaats en de belangen van de Katholieke kerk kwamen op een verre tweede plaats. Daarom namen ze zich onmiddellijk voor een wig te drijven tussen de verbonden heid van de Kretenzers met hun kerk. Ze stelden de gehele Orthodoxe geestelijkheid af en verboden het bezoek van Orthodoxe priesters aan het eiland. Tegelijkertijd stimuleerden ze Katholieke kloosterorden naar het eiland te komen om de Kretenzers te bekeren tot het Katholieke geloof en ze stelden een Katholieke aartsbisschop aan aan het hoofd van de kerk in Kreta, uit een van de rijke families uit Venetië. Een nieuwe orde werd gesticht van Orthodoxe priesters die de plaatselijke Orthodoxe kerken gingen leiden, bekend als 'Protopapades', hoofdpriesters of dekens, allen aanhangers van de geünieerde kerk, Orthoxen die voorstander waren van het opgaan van de Orthodoxe en Katholieke kerk tot één geheel, en die diensten leidden aan de zijde van Katholieke priesters. Deze situatie duurde tot het laatste deel van de 16de eeuw en resulteerde in een aanzienlijke afkalving van de invloed die het Orthodoxe geloof had op de bevolking van het eiland. Het morele peil zakte, zowel onder de geestelijkheid als onder de bevolking, en vele bekeringen volgden, vaak uit opportunistische overwegingen. De enige plaatsen waar het Orthodoxe geloof en haar strikte normen en waarden zich kon handhaven was in de paar Orthodoxe kloosters op het eiland, die een bastion werden van de Byzantijnse Orthodoxie. Tegen het einde van de 16de eeuw, toen de Venetiërs zich zorgen begonnen te maken over de dreiging van het Ottomaanse Rijk, werden ze wat toleranter tegenover de Orthodoxie op Kreta, in de hoop een bondgenoot te vinden tegen de mogelijke invasie van het eiland door de Ottomanen. Bestuur en Fiscus Onmiddellijk werd een gecentraliseerd bestuur ingesteld op Kreta, zoals dat bestond in Venetië. Een groot aantal bureaucratische juristen werd aangesteld, verantwoordelijk voor wetgeving en openbare orde, belastingheffing, import en export, ankerplaatsen voor schepen, voorraadbeheer en alle andere activiteiten die de nieuwe staat als noodzaak zag om maximaal gewin te halen uit de nieuwe aanwinst. Aanzienlijke salarissen werden betaald aan deze bureaucratische machinerie, waardoor het noodzakelijk was dat er een gegarandeerde stroom belastinginkomsten kwam. Eigendom dat toebehoorde aan Kretenzers, die ook maar enige vorm van verzet hadden getoond, werd onteigend en aan de nieuwe Venetiaanse edelen geschonken, samen met alle gebouwen, vee en meubels die aan dorpsbewoners behoorden die op hun landgoederen leefden, en als slaven werden beschouwd. De nieuwe Venetiaanse eigenaars waren gehouden om belasting te heffen over de opbrengsten van hun landerijen en tevens verplicht tot het leveren van militaire paarden, wapenrusting en voetvolk, zo gauw hun dat werd gevraagd. The Kretenzische edelen die de aanwezigheid van de Venetiërs niet bevochten mochten hun bezit houden, maar werden evenzo voor de belastingen aangeslagen, hoewel ze niet hoefden bij te dragen aan de Venetiaanse vechtmachine, omdat slechts Venetiërs tot het leger konden toetreden. Hoofdgeld en andere mechanismes die geld in het laatje brachten werden ingesteld jegens de bevolking, soms door edelen zelf, die hun eigen inkomsten wensten te verhogen. Al snel ontstond er een wildgroei aan belastingheffingen, waarbij het recht om belasting te innen werd verkocht aan de hoogste bieder, die bereid was dusdanig veel te betalen dat er op het eind meer overbleef dan nodig voor de afdracht aan de staat. Een groot aantal opstanden was ingegeven door de absurd hoge belastingen, omdat dorpsbewoners het punt bereikten dat het niet langer iets waard was om door te leven, omdat ze te weinig overhielden om zichzelf en hun familie te onderhouden. De problemen die ontstonden door de torenhoge belastingen en de daarmee gepaard gaande corruptie baarde Venetië zorgen, dat tweemaal een onderzoekscommissie stuurde. De eerste was in 1413 en rapporteerde dat 'de edelen de bevolking plunderden en belastinginners eenderde van de opbrengsten in eigen zak stak', terwijl de tweede commissie in 1574 rapporteerde dat de niet aflatende stroom van opstanden werd ingegeven door de extreme uitbuiting van de boerenbevolking. Als voorbeeld van een reactie op de hevige belastingdruk melden we hier terloops dat één van de revoluties op Kreta werd uitgeroepen door de Venetiaanse edelen zelf tegen hun moederland. Ze hadden eens en temeer geklaagd tegen Venetië over de niet aflatende belastingdruk, toen Venetié reageerde met de instelling van een volgende belasting in 1363, teneinde de uitbreiding van de haven in Candia te kunnen financieren. De opstandige edelen arresteerden de Hertog en zijn staf en riepen een nieuwe staat Kreta uit, de Republiek van Sint Titus, ter ere van de beschermheilige van Kreta. Nog geen 12 maanden later werd de revolutie gebroken door een groot leger van huurlingen die Venetië had verzameld en ingescheept naar Kreta.
Revolutie tegen de Venetiërs Zoals eerder genoemd waren er gedurende de eerste 420 jaar van Venetiaanse overheersing niet minder dan 27 opstanden door de Kretenzers, de kleine niet meegeteld. Ze duurden vaak jaren en West-Kreta en Sfakia was vaak de plaats waar ze ontstonden en de Archondopoula families en hun afstammelingen schitterden vaak in hen. Hun oorspong lag, zoals gemeld, in de torenhoge belastingen en de onmenselijke wijze van omgaan door de Venetiërs. Hier geven we u een wat gedetailleerdere beschrijving van 3 van die opstanden, die interessant zijn uit het oogpunt van de geschiedenis van Sfakia. Maar omdat Sfakia werd beschouwd als een niet te besturen en niet te overwinnen district waren wat betreft de Sfakianen niet de belastingen het voornaamste motief.
Wat in de geheugens van generaties Kretenzers is blijven hangen is dat dit moment het dichtst bij de onafhankelijkheid kwam van het Venetiaanse gezag en dat het verlangen naar onafhankelijkheid en vrijheid ze was ontnomen door bedrog en de wreedheden die volgden. | ||||
Laatste update: 31 December, 2009 .
Copyright © World2C ™ Multimedia 1999 - 2012. Alle rechten voorbehouden.